Zo-even heb ik geconcludeerd dat ik in mijn vorig leven opkomend comédienne was. Ik ging vluchtig wat uitspraken na uit die tijd, en plots bevond ik me in de kelder van Toomler. Zo’n twee weekenden in de maand deelde ik met vrijwillig en onvrijwillig publiek dat ik – houd je vast voor deze giller: MÓE was. Mijn terugkerende sketch schetste een stevig beeld van mijn dagen. Hoe ik ’s ochtends mezelf in oorverdovende stilte klaarmaakte, met een lege achterbank door files heen ploeterde, met buikpijn huiswaarts keerde na weer een exorbitant etentje, hoe ik mezelf twee concerten in de week staande hield en bovendien avonden(nee: náchten)lang met mijn laatste kracht op ‘Ik ben er nog’ drukte als Netflix zich ook zorgen begon te maken. Ik roastte mijn overvolle agenda en sloot zonder enige gêne af met: ‘Ik moet meer rustmomenten inplannen’. De reacties waren altijd wat gematigd. Heel vreemd, vind ik nu. Ik snap dat het walgelijk is om te lachen om je eigen grappen, maar in retroperspectief was ik misschien wel hilarisch?!
De tranen van het lachen heb ik net weggeveegd met een billendoekje waar al opvangsnot van mijn baby in zat. Gisteren heb ik na een lange werkweek, al voedend, het leven van mijn geciviliseerde peuter gered toen hij op ons aanrecht soepstengels ontvreemde uit een van de keukenkastjes. Vanochtend kon ik op de wc twee hele tellen mijn eigen gedachten horen voordat allerlei lijstjes zich aandienden. Vanmiddag slaagde mijn 11e poging om gezellig de deur uit te gaan, nadat ik alle boerderijdiertjes én de handen van de next gen had ontdaan van een lastminute vega-paté-smeerboel. Vanavond ga ik mijn dochtertje tot in den treure in slaap wiegen en tegelijkertijd betreuren hoe snel de tijd gaat. Daarna perform ik op verzoek 5 keer hetzelfde boekje voor mijn zoontje (ik skip steeds meer bladzijden onder het mom van artistieke vrijheid), want we staan in de bloei van de eenkennige en ik-wil-niet-slapen-fase. Ik denk in Moana en Encanto en denk maar niet dat Disney even bij me incheckt of ik nog leef. De dag sluit ik af in een ontploft huis, terwijl ik psychopatisch glimlachend en voldaan een blik werp op mijn slapende schatten. In dit leven ben ik twee zwangerschappen en vele uitputtingsslagen verder, maar staat het leven bol van de grappen. Mijn 2-jarige roept nu: ‘Mama niet grappig’, maar zoals je kunt lezen is mijn humor meegereisd. De oude ik geeft een staande ovatie, ik weet het gewoon.