Ik ben geboren op een maandag. Daar probeer ik mezelf op een ochtend als deze meermaals aan te herinneren. ‘Dit is echt jouw dag’, lieg ik mezelf bemoedigend voor als ik zie dat het buiten met teringbakken uit de lucht komt. Want zo’n donderwolk, daar moet je als maandagkind op surfen. Ik kleed me dus zingend aan, zet optimistisch mijn eerste stap buiten… Ben in 2 seconden zeiknatgeregend en kom in de auto tot de constatering dat mijn tank hartstikke leeg is. Andere mensen zouden dan keihard gaan huilen, maar ik niet. Nee, want het is nog steeds mijn dag.

Op de snelweg word ik getrakteerd op een bumperklever die al seinend mijn ogen verblindt via de binnenspiegel. Ik neem de afslag, en meteen wordt duidelijk dat ik niet op tijd op werk zal komen. Een zichtbaar goedgezinde motoragent legt het verkeer stil en steekt in slowmotion de kruising over om mij van de weg te halen. Ik rijd mezelf klem in een politiepost. Een blaastest moet uitwijzen of ik vanmorgen niet al een fles wodka achterover heb geslagen. En daar houdt het feest niet op. Nee, ik mag zelfs nog mee voor een uitgebreide controle van mijn voertuig. Een oudere man wijst mij naar de verkeerde rij, om mij daar vervolgens op aan te spreken: ‘Reed jij even te ver door hè, hoe kan dat?’ Mijn raam moet verder naar beneden, zodat er ‘normaal’ met mij gecommuniceerd kan worden. Die liter regenwater die naar binnen gutst, zal ik niet verwarren met een figuurlijke koude douche.

Op verzoek van de agent demonstreer ik wat ik in huis heb (lampen aan, toeteren, ruitenwisservloeistof sprayen, motorkap openen etc.). En het oordeel is daar: mijn linkerkoplamp doet het niet. Hoewel ik onder een nieuwe wolkbreuk een dappere poging doe, lukt het niet om het lampje te vervangen. ‘Oké mevrouw, we hebben gezien dat je de lamp niet hebt vervangen, dus je krijgt een boete’. De drie ijverige agenten bij mijn auto zoeken samen op één telefoon op wat dit kersje op de maandagtaart mij gaat kosten. Ah, 95 euro maar. Als ik binnen 24 uur op het politiebureau kan laten zien dat ik wel weet hoe het moet, mag het kersje er weer vanaf. Met mijn wetsuit en bekoelde glimlach stap ik rillend van geluk weer in de auto. Maar na empathische opmerkingen als: ’Moet je ergens zijn ofzo?’ en de klapper: ‘Wel je gordel omdoen hè, anders moeten we je straks weer van de weg halen’ is mijn dag pas echt compleet. 

Einde dag zit ik bij de Nissandealer voor mijn koplamp. Het is er warm, ik krijg iets lekkers te drinken. Kortom, het leven is goed en ik kan deze dag vredig afsluiten. Natuurlijk hoor ik mezelf wel even denken: ‘Ik ben redelijk hè, wow, ik ben echt redelijk. En geduldig. Niemand krijgt mij gek.’ Maar het gaat goed. Dan klinkt ineens ‘Blauwe dag’ door de showroom, en je ziet het totaal niet aankomen, maar ik FLIP. Als ik een liedje walgelijk vind, is het dat nummer. Mijn zusje dreigde ‘m gisteren te draaien, maar vandaag doet het pas echt pijn. Ik weet niet precies hoe het gebeurt, maar het voelt alsof ik belaagd word door hagel ter grootte van vuisten en in de verte: ‘Wie niet luisteren wil, moet voelen.’ hoor. ‘Blaaaaauwe dag, eeeeen seconde, laten we dansen tot de morgen en de lucht weer opengaat.’ PARDON? Wel meer dan één seconde, hè? Nee, het is me ineens echt helemaal duidelijk. Ik flikker van mijn surfplank en kom morgen wel weer bovendrijven.

Gepubliceerd door Alleen maar nette verhalen

Eefje van den Berg

Plaats een reactie