Als ik zou moeten zeggen waar de wereld ophoudt, dan zou ik zeggen: bij de Primark. Ik vind weinig dingen zo tragisch als de aanblik van lamlendige echtgenoten en vriendjes die hun dames byzantijns staan op te wachten bij de uitgang met hun ziel en twee grote shoppers onder de arm. De conversaties die zij onderling zwijgend voeren gaan diep. ‘Help’. ‘Ik ook help’. ‘De mijne is al drie uur binnen’. ‘Kut, die van mij pas tien minuten’. Die hopeloze blikken vol compassie, die het tafereel nog troostelozer maken dan je überhaupt voor mogelijk hield. Ze zijn bijna schitterend.

Dat er zoveel relaties kapotgaan in deze maatschappij, is dus zeg maar te danken aan de Primark. Dit zou je normaal gesproken een enorm zwart-witte conclusie noemen, maar bij de Primark zit er altijd een merkwaardige, foundationkleurige waas over alles heen (ooit eens een wit shirtje willen kopen bij deze winkel?). De enige troost voor mannen die onvrijwillig voor de Primark bivakkeren is de wetenschap dat het er binnen nou ook niet echt veel beter aan toe gaat. Ik noem in geheel onwillekeurige volgorde: hysterische wijven, ijzingwekkend lange kassarijen, onesthetische onesies en heel veel, echt heel veel kleine kutprulletjes waar je ogen (en je portemonnee, cumulatief dan) van gaan bloeden.

Sinds kort is er een soort tegenbeweging ontstaan onder jonge mannen. Mannen die de winkel moedwillig betreden om shoppende vrouwen te versieren. Ik snap het wel. De daverende hoeveelheid levende standbeelden bij de ingang schetst nou niet bepaald een fraai toekomstbeeld. Maar ik kan je vertellen dat het er in de Primark ook echt niet beter op wordt. Blijft een echtgenoot nog netjes bij de deur staan; aan een Pri-casanova zit je mooi vast tot aan de pashokjes. De nieuwe generatie vertikt het om buiten te staan. Althans… Totdat die serieuze relatie zich aandient. Geduld mannen, geduld.

Gepubliceerd door Alleen maar nette verhalen

Eefje van den Berg

Plaats een reactie