Mensen die bij mij in de auto stappen, vinden mij altijd ineens een varken. Die weinig genuanceerde mening is gebaseerd op het ‘nouveau realisme’ in mijn voertuig. Ik heb begrepen dat de situatie zoals ik ‘m zie, een vrij softe versie is van hoe anderen ‘m waarnemen. Dus als ik mijn auto opruim, doe ik dat uit voorzorg maar niet in mijn eigen straat en zeer zeker niet in de straat van mijn ouderlijk huis. Zo’n immense deuk in het imago kan niemand gebruiken (naar het schijnt).
Toegegeven: de F was weer in de maand, dus de souvenirtjes van mijn fastfood uitspattingen waren moeilijk te missen. Plekken die ik nimmer had gezien van mijn auto werden gesierd door een likje tomatensaus of een verdwaalde maïskorrel. Niet echt fris, maar ook niet volstrekt afzichtelijk. Je hebt alleen altijd van die vrienden en kennissen die in zo’n F-maand ‘spontaan’ willen meerijden en dan graag oordelen als een blinde over kleuren. Nogal misselijk vind ik dat, maar ik weet dat in elk onzinverhaal ook een kern van waarheid zit. Vandaar het nobele voornemen om na zonsondergang de auto uit te mesten.
Ik doe ’t op een parkeerplaats in het park. Want de gedachte dat het een plek is waar niemand ’s avonds heen wil, vind ik alarmerend geruststellend. Al snel blijkt het inderdaad een plek te zijn waar je niet even in je eentje naartoe gaat. Op het moment dat ik mijn linkerbeen uit de auto zwaai, zie ik hoe mijn schoen hartstochtelijk koers zet naar een vol condoom op de grond. ‘FRTRTT.’ Zo klinkt het. Ik zal je de details verder besparen, maar ik wil je wel graag even meegeven dat het condoom met inhoud soort van vólledig uit elkaar spatte, waardoor ik genoodzaakt was om zeker een uur hysterisch in een regenplas te stampen.
Eenmaal terug in de auto word ik overdonderd door het verlangen om mijn auto schoon te maken. Noem het een epifanie: ik ben mezelf even niet. Ik ga kapot als ik denk aan die zaadzool op m’n bekleding. Confuus druip ik af naar een tankstation in de buurt, waar ik – tussen het kokhalzen door – de rest van mijn avond wegboen als een bezeten Assepoester. Het is de slechtste avond van mijn vieze-auto-carrière en ik hoop van harte dat niemand me ziet. Maar goed, het varkentje is gewassen.