Mijn vriend haat katten. Ik ook. Sorry, dat klinkt helemaal niet leuk. Laat ik het voor deze keer netjes houden: wij vinden katten engnekken. Eén verkeerde blik of beweging en ze lijken je grootste orgaan van je frame af te willen schrapen. Ondanks mijn afkeer van alles wat met katten te maken heeft (bijv. onverdraaglijke kattenbak odeurs en eindeloze machtsspelletjes), zie ik geen aanleiding om er een te scheppen. Zeker niet als mijn vriend rijdt. Beloofd.
Maar ik kan natuurlijk moeilijk voor hem spreken. En ja hoor, op een zondagavond rijden we zo’n rakker aan (ik zeg we, anders lijk ik ineens kattig). Blijkt het een of andere lokale bekendheid te zijn in de Almeerse Harpstraat. Bassie, een kat met een nogal tragische familiehistorie: oom, tante, broer en moeder gingen regelmatig onder een Michelin autoband liggen. Ik zeg ‘liggen’, omdat ik sterk het idee had dat de kleine Bassie ’t er gewoon om deed. Misschien omdat het een vastgeroeste familietraditie is, of omdat de kleine dikzak gewoon ontstellend suïcidaal is. Wie zal het zeggen. Feit is dat we ‘m op tijd spotten en mijn vriend presto op de rem trapte. Bassie rende ervandoor, om vervolgens uitbundig onder een van onze achterbanden te rennen. En toen gebeurde het ondenkbare: we zetten beiden onze kattenaversies opzij en schoten het beest te hulp. We belden de dierenambulance en besloten rustig te wachten tot de redding nabij was.
Rust was er alleen niet bij. Het moment dat we ons over de schijnbaar chronische lappenkat bogen, stormde er een troela met een Jordanees accent naar buiten: ‘Oh téring, dat is BASSIE, hebben jullie Bassie aangeredeh? Rijden jullie d’r zomaar overheen, joh? Z’n baasjes zijn verdomme in Salou. Tering Jantje, wat moet ik doen?’ Daar hoefde ze op zich niet lang over na te denken, want ze begon overal hartstochtelijk aan de bel te trekken en op de ramen te slaan. ‘JONGENS, kom naar buiten, Bassie is weer geramd.’ Voor we het wisten stond de voltallige volksbuurt op straat. De ene beschuldigende vinger na de andere wees onze kant op. Toen ook nog eens bleek dat er een of ander groot verjaardagsfeest bij de buren aan de gang was, die vervolgens buiten werd voortgezet, waren we het zat. Waar bleef die klote ambulance? Wat deden wij hier nog? Tja, een kat in het nauw maakt rare sprongen.
Een half uur later kwam de grote verlossing: Bassie bleek, op een geschramde poot na, kiplekker. Vanuit de ambulance leek hij ons zelfs triomfantelijk in de smiezen te houden. Blij met deze deugdelijke afloop, maar nog een beetje gechoqueerd door de hele ordinaire toestand, strompelden we terug naar onze auto. Het was gedaan met het ramptoerisme en Bassie werd – inclusief wat er nog over is van zijn negen levens – veilig naar binnen gebracht. De Harpstraat mijden we voorlopig. Nu hopen dat Bassie ons kenteken niet doorgeeft en we een gelukkig, ongecompliceerd, katvrij leven kunnen blijven leiden.